ACADEMIE VOOR DE HEBREEUWSE BIJBEL EN DE HEBREEUWSE TAAL

Artikelen in de pers

BELGISCH ISRAELITISCH WEEKBLAD

3-10 januari 2003

Merkwaardige ontmythologisering van de Weinreb-beschuldigingen door René Marres

Wie schrijft er op dit ogenblik nog een boek over Friedrich Weinreb? Alleen maar iemand die zich met hart en ziel in deze enorm complexe stof verdiept heeft en bovendien vindt dat er na de duizenden bladzijden die er ooit - vooral jaren geleden - aan deze man gewijd zijn inderdaad nog niet voldoende over deze man is gezegd. Maar vooraleer verder te gaan moet een andere vraag gesteld worden, nl. wie weet nog wie Weinreb was? De hele discussie; de verhitte verdedigingsreden en de smaadcampagnes die soms op het randje van het welvoeglijke waren, liggen - een enkele uitzondering niet te na gesproken - al een paar decennia achter ons. De absolute meerderheid van de jongere generatie heeft er geen flauw benul van wie Weinreb wel was en de oudere generatie is de hele heisa over het algemeen al vergeten of wil er eventueel zelfs niet meer aan herinnerd worden. En toch gaat dr. René Marres onvermoeid ver verder met, het uitpluizen van alles wat ooit over Friedrich Weinreb, als joods verzetsman geloofd en verguisd en als groot schrijver vergeten, gepubliceerd werd tot op het bot te analyseren.

Tot op het bot

Want René Marres blijft er, niet vanuit gevoelsmatige reacties maar op grond van minutieuze, ja zelfs microscopische onderzoekingen, van overtuigd dat Friedrich Weinreb inderdaad een verzetsman met een ongelooflijke verbeelding maar ook met een enorme durf was, die men na de oorlog meer dan onheus behandeld en vooral valselijk van verraad van medeburgers en zelfs van heulen met de vijand beschuldigd heeft, om nog maar niet te spreken van een paar andere, niets op het gebied van Wereldoorlog II terzake doende affaires die men hem graag aanwrijft om er zijn zogezegde schuld tijdens WO-II extra mee in te verf te zetten.

In 1999 liet René Marres "Willem Frederik Hermans, de geschiedkunde en het fenomeen Friedrich Weinreb" verschijnen, waarin hij het met een hele rits argumenten opnam tegen de vele beschuldigingen, die de bekende Nederlandse polemist en romancier aan het adres van Weinreb heeft geuit en die hun overtuigingskracht veel minder uit een gedegen zaakkennis dan uit een ongecontroleerde gevoelsgeladenheid halen.

En meteen wordt het probleem dat de bespreking van het zopas verschenen boek van René Marres onder de titel "Frederik Weinreb -verzetsman en groot schrijver" duidelijk. Binnen het bestek van dit artikel moeten we trachten het probleem te situeren, hoe rudimentair dat ook moge uitvallen wegens het plaatsgebrek.

Veel voorbereiding nodig

Maar zelfs indien we daar enigszins in zouden geslaagd zijn, zullen we nog onmogelijk op de vele problemen kunnen, ingaan die de auteur in zijn jongste boek behandelt, omdat ze over details gaan van deelproblemen waarvan men stuk voor stuk de achtergronden moet kennen om de redenering van de schrijver ook maar enigszins te kunnen volgen. We zullen ons dan ook, noodgedwongen, in hoofdzaak tot een aantal grotere lijnen en tot een ontleding van de manier van werken van René Marres moeten beperken om de lezer althans een idee te geven van wat hij van de lectuur van dit boek mag verwachten. En dat is heel veel voor wie de zaak indertijd op de voet gevolgd heeft en kan heel veel zijn voor wie de moed heeft dit boek als uitgangspunt te nemen om retrospectief te werk gaand zowel de boeken van Weinreb zelf (en dan vooral de drie delen "Collaboratie en Verzet 1940 - 1945 een poging tot ontmythologisering" als de enorme polemiek die daar rond ontstaan is, wil gaan opzoeken en lezen om zich zelf een oordeel te vormen over wat in de zeventiger jaren door velen de "Weinreb-affaire" genoemd werd.

De tweemaal geplatzte" Sperren.

Weinreb (Lvov/Lemberg 1910 - Zürich 1988) was een joods Nederlander, een economisch doctorandus, die in de oorlog vanaf 1942 lijsten aanlegde, waarop joodse mensen zich konden laten plaatsen om deportatie voorlopig te voorkomen, een zogenaamde "Sperre". Volgens de eerste, Sperre zouden zij, tegen betaling van deviezen of door uitwisseling met Duitsers in het neutrale buitenland, naar het buitenland kunnen emigreren. Weinreb vroeg er na verloop van tijd honderd gulden voor, omdat sommigen anders zijn actie moeilijk serieus konden nemen en omdat hij geld nodig had om joodse mensen te laten onderduiken, maar plaatste arme joden voor niets erop. Om deze lijst gezag te verlenen verzon hij een Duits generaal in Berlijn, die er achter zou staan. De Nederlandse ambtenaren en de Duitse geloofden Weinreb ,een tijd, zodat zijn lijst inderdaad uitstel bewerkte, maar van emigratie kwam niets: die was fantasie. Dit verzinsel was echter noodzakelijk om de ambtenaren en de Duitse politie aan de Sperre te doen geloven. Weinreb zei overigens dikwijls aan lijstdeelnemers dat emigratie onzeker was, daar de Duitsers hun politiek steeds wijzigden. Toen de Duitsers merkten dat Weinreb hen bedroog "platzte" de Sperre, d.w.z., werd ze opgeheven. Na maandenlang gevangen hebben gezeten in Scheveningen, waar hij erg mishandeld werd, belandde hij in het doorzendkamp Westerbork. Toen hij hieruit werd vrijgelaten begon hij een tweede Sperre, waardoor hij mensen in dit kamp uitstel van deportatie naar een vernietigingskamp kon bezorgen, maar ook die "platzte" na een tijd. Daama dook hij met zijn gezin in februari 1944 onder.

Iemand huiten het gewone

Indien de hele lijdensweg, die daaruit voor Weinreb na de oorlog gevolgd is, niet zo intriest was zouden we hem - mutatis mutandis - met een Hauptmann von Köpenick, een Soldaat Schweik of zelfs een Tijl Uilenspiegel durven vergelijken of een Lazarillo de Tormes avant-la-lettre durven noemen: een man met een ongebreidelde fantasie maar ook met een enorm psychologisch doorzicht, die weet hoe gemakkelijk iemand met autoriteit bekleed zich laat bedriegen en vooral met een ongelooflijke dosis moed om die kennis ook in actief optreden om te zetten, constant op het gevaar af er zijn eigen leven bij in te schieten.

Na de oorlog werd Weinreb in twee vonnissen in 1947 en 1948 veroordeeld, voor het besteden van geld aan andere doeleinden dan hij er bij het vragen ervan had opgegeven (administratiekosten) en voor verraad dat volgens het Bijzonder Gerechtshof geen ernstige gevolgen had gehad. Hij zou bvb. mensen in de gevangenis hebben uitgehoord en dit doorverteld aan de Duitsers, celspionage dus. Hij kreeg drie jaar en zes maanden. Door de Bijzondere Raad van Cassatie werd dit verhoogd tot zes jaar, maar in dit proces werden ernstige fouten gemaakt, aldus René Marres.

Geen literaire prijs voor Weinreb

De eerste dikke turf memoires, die hij erover schreef met als onder titel "Het land der blinden", werd door een jury (Rein Bloem, Peter van Eeten en Ethel Portnoy, voorgedragen voor de prozaprijs 1970 van de stad Amsterdam. De jury stelde dit het een aangrijpend inzicht geeft in de handelingen en motivaties van alle betrokkenen bij de jodenvervolging, hun angst, kuiperij, misplaatste eerbied, etc. Het College van Burgermeester en Wethouders weigerde echter de prijs aan Weinreb toe te kennen wegens zijn omstreden oorlogsverleden. En dat was nog maar het begin van wat tot een soort van hetze zou uitgroeien. Daarin spelen twee publicaties een hoofdrol hoewel er enorm veel meer zijn, waarvan vele bijzonder lezenswaard.

Het is inderdaad zo dat de zaak Weinreb in 1965 opnieuw onder de aandacht werd gebracht door de eminente Nederlandse historicus Jacques Presser. Die bekritiseerde in wat men zijn levenswerk mag noemen, met name "Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945", de rechterlijke vonnissen en beschouwde Weinreb als een zondebok voor het falen van talrijke niet-joden om de grootscheepse vernietiging van joodse Nederlanders te verhinderen. Later heeft hij daar aan toegevoegd: en ook voor het falen van joden.

De monsterstudie

Nadat Renate Rubinstein, de beroemde en beruchte columniste van "Vrij Nederland" besloten had zich in de zaak te verdiepen ging de bal aan het rollen en het vele verhaal culmineert in het "Weinreb-rapport" (1976) van Van der Leeuw en Giltay Veth, een studie van 1.700 bladzijden, die Weinreb niet alleen als eoplichter en verrader afschildert maar ook betoogt dat hij in veel meer zaken verraad gepleegd had dan de rechtbanken hadden aangenomen en bovendien een zeventigtal doden op zijn debetzijde schreven. Dat vele journalisten en historici, die deze studie besproken hebben of er een essay aan gewijd hebben, later toegegeven hebben dat ze haar helemaal niet, slechts gedeeltelijk of alleen maar via uittreksels, die ze bij anderen gevonden hadden, gelezen hebben, staat ondertussen als een paal boven water. Wie deze studie wel gelezen heeft en daar behoort René Marres bij- weet dat ze helemaal niets "bewijst" en haar invloed enerzijds haalt uit de kwantiteit die de kwaliteit volledig in de hoek dringt en die anderzijds te danken heeft aan het feit dat de twee auteurs hun overredingskracht putten uit hun autoriteit als onderzoekers aan het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie.

Detectivewerk

Wat René Marres in zijn jongste boek doet is beschuldiging na beschuldiging aan documenten toetsen, tegenspraken in teksten opspeuren, verschillende versies van eenzelfde gebeurtenis naast elkaar leggen, kortom teksten ontleden en zich daarbij telkens afvragen wat het waarheidsgehalte is respectievelijk kan zijn; in welke context bepaalde gebeurtenissen moeten gezien worden en waarom; nagaan wie wat waar en wanneer gezegd heeft en hoe eenzelfde persoon jaren later er blijkbaar een heel andere mening op nahoudt. Kortom, dit is speurwerk, een soort van detectiveverhaal maar dan zonder fictie maar wel uitgaande van de werkelijkheid en we zouden durven zeggen speurwerk zonder toegevingen aan persoonlijke voorkeuren of sympathieën want indien er één ding over dit boek kan gezegd worden dan is het beslist dat de auteur op geen enkel ogenblik Weinreb voorstelt als een held die in alles gelijk heeft, zich nooit vergist en puur en alleen maar sympathie verdient omdat men hem als underdog behandeld heeft. Afstandelijk, een kritische benadering, een zo groot mogelijke objectiviteit en vooral een grote schranderheid en een snel doorzicht in verkeerde redeneringen en fijntjes binnengesmokkelde afleidingsmanoeuvres, dat zijn de wapens waarmee de auteur in dit boek de kritiek op Weinreb ontmythologiseert om het met het object van zijn studie te zeggen. We zijn dan ook nu reeds benieuwd naar het volgende boek dat deze auteur aan "Weinreb als groot schrijver" gaat wijden. Yvan Verbraeck

René Marres- "Frederik Weinreb- verzetsman en groot schrijver" Uitgeverij Aspect. Soesterberg 2002, 143 blz. 15.50

 

Copyright © 2017 Academie voor de Hebreeuwse Bijbel en de Hebreeuwse Taal.