ACADEMIE VOOR DE HEBREEUWSE BIJBEL EN DE HEBREEUWSE TAAL

Archief - Notities van lezingen

38

uit kohelet het bouwen

Het bouwen van de woning van God is in jezelf ook. Denk aan de paradox: de ene werkelijkheid en de andere werkelijkheid. Ook in jezelf is dit. Het Weten is er in het heelal, dat jezelf ook voorstelt, want je bent het Heelal - dat zullen we hoop ik nog bespreken - . In dit Heelal van jezelf, ook daarin bouwt God Zijn woning of niet. En van die woning wordt gezegd, zoals we lezen kunnen in het boek I Koningen. Daarin wordt verteld, hoe het materiaal aangedragen wordt, tot het daar ligt. En dat aangedragen worden is om zo te zeggen een doen, een trekken, een heen en weer bewegen. Men zegt wel eens, dat het een last is: MAS MASSO = een trekken MASSAOITH = reizen in de woestijn.

Met MAS wordt bedoeld: in jouw doen, in jouw bewegen. Of die beweging nu is een glimlach of een schouder ophalen of iemand een schop geven, al je bewegen, je eten, drinken, ademen is het aandragen van materiaal. En dit materiaal, wordt verteld, daar kun je niets meer aan doen; dat bouwt zich nu zelf. En als dit huis gebouwd wordt, wordt geen geluid van hamers, beitels of nagels, die ingeslagen worden, gehoord. Niets van dit alles. Het is doodstil om zo te zeggen; door een wonder voegt het zich aan elkaar en staat het huis er.

Vele verhalen uit het oude weten spreken daarvan, hoe dit huis zich bouwt.

Het verhaal van de worm SHOMIER, die door Salomo, de zoon van Koning David gevonden wordt enz....Deze verhalen vertellen, hoe het een wonder is, dat het zich bouwt. En zo bouwt zich bij jou dit alles ook. Het woord is van God. Als jij spreekt, dan komt het zo tot stand en niet, doordat je zegt: ik ga nu bouwen. Dan is het geen woord, maar een vertrekking daarvan, iets dat uit elkaar getrokken is. Het is dan niet, wat je als woord bedoeld had, Je voelt toch dat dat het niet is. Daarom bouwt zich in het leven ook dit. We zien, dat er een gebied is in ons leven, waar dit 'zich bouwen' plaats vindt. Alleen kan het bij je zijn, dat je de Tempel verwoest hebt of hebt laten verwoesten. Op het eind van je leven wordt hij verwoest door de dingen, waar je niets aan doen kunt, maar je hebt het van tevoren al gedaan. En dan ben je ervan gescheiden. Dan kun je wel praten, maar het komt uit een gebied, dat je niet kent, niet weet wat het is. Het gebeurt zonder je, komt over je, zoals in het derde boek van Mozes, in Leviticus verteld wordt: als men dan verteld, wat de ballingschap is, dan zegt God: “jullie gaan met Mij BEKERIE, Ik ga ook met jullie BEKERIE”. (Lev.26. vers24) Kerie = toeval; je weet niet waar het vandaan komt.

Er gebeurt dus iets bij je, waarvan je niet weet waar het vandaan komt. Je praat maar, maar je hebt er geen besef van, wat het is. Het lijkt je dikwijls toeval, dat het komt. Hoe meer je niet weet, waar iets vandaan komt, niet beseft, dat die andere werkelijkheid bestaat, des te meer ben je in ballingschap, gebeurt het BEKRIE

Dat is het woord en daar tegenover staat het denken, in het Hebreeuws CHISHEEV := denken, maar ook rekenen. Merkwaardig: ons denken is dus ook rekenen en rekenen is dus iets, dat alleen gebeuren kan in deze werkelijkheid van tijd en ruimte. Want ergens anders houdt rekenen op: dan wordt 12x5 + 20 = 0,dat geeft dan allemaal niets. Dat wil zeggen het denken -het moet ook causaal zijn- is iets van deze werkelijkheid. Denken is dus rekenen, is construeren. Construeren is iets van ruimte en ook van tijd. Daaruit ziet U, dat denken heel iets anders is dan praten. Bij het praten heeft hij al gedacht; het materiaal is al bij elkaar gedragen. Hij kan niet uit het niets praten. Dat is zijn leven. En zijn leven is niet alleen denken, veel doen enz., dit alles bij elkaar, maar daar komt pas echt datgene vandaan, waar je zegt: aha, hier is dus leven, datgene waar het materiaal is bij gekomen, maar het denken, zegt men, is iets uit het gebied van construeren. Daarom is er ook een prachtige uitdrukking, die vertelt, dat Satan, de duivel, de Engel is, die te veel gedacht heeft. Dit is erg diep geweten: het vele denken brengt dus dit construeren. En construeren moet je dwingen; je moet logisch zijn en er moet volgorde zijn. Het kan dan zijn, dat het hier klopt, maar dan is het zeer waarschijnlijk, dat het niet klopt met het andere. Er komt in jezelf een gespletenheid, doordat je gaat zeggen: volgens mijn redeneren of denken moet dat zo zijn, maar ik voel, dat het zeer onbevredigend is. Het kan toch niet zo en ik droog steeds meer uit. Ik word een droogstoppel tot de 2e. of 3e. macht. Ik kom nergens meer en toch ben ik erg knap in het denken.

Men voelt dan die onrust, doordat in de mens die splijting zit. Men kan het allemaal beredeneren en het klopt allemaal en toch is er iets principieel heel erg fout, met ander woorden. Ik heb van RESCHIETH geen idee; ik weet niet dat het bestaat. Ik weet niet, dat vertellen bestaat, dat het woord uit mij voortkomt, omdat het woord van God is. Het woord vertelt je door mij heen. Het is bijzonder, dat mijn stem in staat is dit uit te drukken, dat mijn stem in staat is die vormen, die ergens in een andere wereld bestaan, hier uit te drukken in geluiden. Stel je voor: geluiden. We weten niet, wat geluiden zijn. Ook een koe geeft geluiden. Een kikker geeft geluiden. En de mens geeft geluiden, maar deze geluiden hebben proporties en in hun verhoudingen komt het heiligste het mooist uit. De stem is dus ook iets van ergens anders; het geheim is dat de menselijke stem dit kan.

Daarom zegt men ook - in het Hollands is het niet meer zo duidelijk, maar in het Duits is het nog heel sterk - es stimmt, het stemt overeen. En ook: es ist verstimmt en misstimmt.

Je bemerkt hier, dat ook het kloppen met stem te maken heeft. De stem KOIL is iets uit het verborgene. Daarom spreken we van de stem van Jakob KOIL JAÄKOV en de handen van Esau. De stem komt dus uit een wereld die heel iets anders laat zien.

 

Copyright © 2017 Academie voor de Hebreeuwse Bijbel en de Hebreeuwse Taal.