ACADEMIE VOOR DE HEBREEUWSE BIJBEL EN DE HEBREEUWSE TAAL

Notities van lezingen

85

Bileam * deze wereld * lichaam-ziel * kern-kringen * ziekte * Moschiach * Efraim

            Het verhaal van Bileam moet men ook kunnen zien, geprojecteerd op het individuele menselijke leven. Bileam rijdt op zijn ezelin en gaat de verkeerde weg, hoewel het een weg is, die in zekere zin toch al weer door God werd getolereerd. Het is weer het verhaal van de boom der kennis. God had gewaarschuwd het niet te doen, doch toen de mens het eenmaal gedaan had, hielp God hem zelf op zijn weg verder, dat hij geen kwaad kon doen. Zo werd ook Bileam verhinderd te vloeken, hoewel hij natuurlijk die hele weg, in opdracht van Balak, had moeten nalaten.

            Bileam wordt dus gehinderd en het is de ezelin die het eerst de hindernissen ziet. De engel, die zich op de weg stelde, werd door Bileam niet gezien. De ezelin wilde echter niet verder en kreeg daardoor slagen. Dit gebeurde ook een tweede en tenslotte een derde keer voordat Bileam zelf wat zag.

            Wij weten dat de ezelin juist in dit concrete verhaal de verschijningsvorm van het lichaam is, terwijl wij de mens, de ziel, de berijder van die ezelin zijn. Onze hoogmoed om onze eigen weg te gaan, maakt ons blind voor dingen, die wij eigenlijk wel zouden moeten zien en ook kunnen zien. Ons lichaam daarentegen -en hier spreekt weer iets heel typischh over dit lichaam-, ziet dit wel, (de moderne mens zou zeggen uit een soort natuurinstinct) en weigert zijn diensten, het wordt ziek en zwak en deze ziekten en zwakten zijn een protest tegen het gedrag van de ziel van de mens. De mens wil dan het lichaam opzwepen, dwingen, om verder te gaan. Men heeft penicilline, aspirine, men heeft chirurgische ingrepen en het lichaam wordt inderdaad zover getrapt en opgezwiept dat het evenals de ezelin toch weer doorgaat, mede omdat de engel het na deze waarschuwing toch weer doorlaat. Daarom moeten wij onze ziekten ook in die zin zien want in onze hoogmoed willen wij eigenlijk Israël vervloeken wij willen onszelf tot lotbestemmer van de wereld maken met een geloof in ons eigen kunnen, in onze eigen kracht en techniek, waarmee wij hopen zelfs God te kunnen dwingen en datgene te doen wat wij goed vinden.

            En zo weigert het lichaam in de loop van het leven meerdere malen de dienst, steeds omdat er op dat moment door de mens teruggekeerd moest worden van de weg. Maar Bileam gaat met zijn hulpmiddelen -en hij weet dit lichaam te dwingen- verder en zo komt dan de laatste fase waarbij Bileam (en dit is dan het einde van zijn tocht op het lichaam) ook de engel ziet en van de ezelin afstapt. Dit is het moment waarop de mens zijn lichaam verlaat omdat hij gezien heeft wat de reden van alle ziekten en alle hindernissen was; dat hij gefoeterd heeft tegen omstandigheden, tegen gebeurtenissen, niet wetend dat die eigenlijk om zijn bestwil daar geplaatst waren. En wat hij verder doet, doet hij zonder lichaam.

            Zo kunnen wij Bileam ook zien als de heidense mens, de mens die bewust een weg wil gaan naar eigen goeddunken en toch is het deze heidense mens, die kwam om te vervloeken, die uiteindelijk niet alleen de zegen uitspreekt (zij het dan tegen zijn aard en tegen zijn wil) maar die ook de duidelijkste verkondiger is van de Messias. In de Pentateuch is Bileam de enige, die op de meest uiterlijke wijze de verlossing door de Messias aankondigt; niet Mozes of Abraham, doch juist de heiden, de tegenstander Bileam.

            En hierin zien wij weer de parallel met zijn lichaam, zijn ezelin. Niet de kern, het eigenlijke Israël verkondigt de Messias, maar de kring, het uiterlijk ziet dit duidelijker omdat juist het uiterlijke deze Messias zo zeer van node heeft, omdat het tot in alle delen op de verlossing wacht en de verlossing moet hebben. Zoals de ezelin van Bileam, dus eigenlijk de kring van de mens Bileam het Goddelijke beter doorvoelde en doorzag dan Bileam zelf, zo is het ook de kring der volkeren, die in dit opzicht een sterker contact heeft dan de kern, die juist door wat men kan noemen het verwend worden, het vet worden, het overstroomd zijn met gunsten en wonderen niet meer goed onderscheiden kan, teveel aan zichzelf toeschrijft.

            Hoewel Bileam met deze aankondiging van de verlossing eigenlijk voor zichzelf en velen der zijnen een soort ondergang voorspelt, toch doet hij dit. Zo ook het lichaam, dat, hoewel het de verlossing natuurlijker en sterker aanvoelt, toch in eerste instantie bij die verlossing schijnt onder te gaan om eerst daarna weer terug te keren.

            Dit uiterlijk, deze kring is juist de materie, is juist de oude wereld die de verlossing al uit het vorige leven weet, voorvoelt en daarom aankondigt. Om die reden ook de uitverkiezing van Efraim (men denke aan de profeet Elia, aan Jozua) om die verlossing aan te kondigen.

 

Copyright © 2017 Academie voor de Hebreeuwse Bijbel en de Hebreeuwse Taal.