ACADEMIE VOOR DE HEBREEUWSE BIJBEL EN DE HEBREEUWSE TAAL

Artikelen in de pers

WEINREB

Subjectieve kanttekening bij het proces

,,De dingen bij hun naam noemen is niet smadelijk; smadelijk is, dat de dingen zo zijn dat ze deze naam verdienen."

R. BRUCKBERGER OP.

Toen Maandagmiddag, terwijl de herfstavond viel door het glazen plafond van de voorname ijskast die het paleis van de Hoge Baad in Den Haag lijkt - toen aan het einde van de bewogen middag de procureur-fiscaal van de Bijzondere Raad van Cassatie het woord nam, om in een niet bepaald brillante improvisatie ,,een gedeelte van de pers? te waarschuwen voor ongemotiveerde stemmingmakerij inzake het proces-Weinreb, toen hebben we ons dit verwijt natuurlijk in gepaste nederigheid aangetrokken.

Vanzelfsprekend overwogen wij onze mogelijke schuld ten aanzien van dit verwijt. We blijven er echter van overtuigd - door het verloop van de zitting ondanks het beklag van de procureur-fiscaal, en door hernieuwde studie van een aantal processtukken - dat in dit zeer bijzondere geval spreken, en hartstochtelijk spreken, boven zwijgen gaat.

De volgende koele opmerkingen evenwel zijn niet bedoeld als (nutteloze) polemiek tegen een hoog justitioneel college, doch als een schets van gevoelens die opkwamen tijdens het observeren van deze zitting. Zo ge wilt dus, een subjectief verslag van de strijd tussen enkele Joodse persoonlijkheden en een vervolgend apparaat, ten overstaan van een oordelend college.

Kost wat kost

De overheersende indruk van dit urenlange steekspel was, dat dit proces nooit gevoerd had mogen worden, en bovendien niet plaats had hoeven te hebben. Dit vaststellend, komt als volgende hoofdimpressie, dat, om het proces kost wat het kost tóch te doen plaatsgrijpen, gebruik gemaakt is van opsporings- en onderzoekmethoden, die de prosecutie (en met name de vervolgers Mr. Zaayer en Mr. de Gruyter van het Haagse Bijzondere Hof, die moreel de handelwijzen van BNV, POD en PRA gedekt hebben) zodanig belastten dat deze niet meer terug kon. Kras gezegd, heeft een prestigekwestie bij de procureurs - fiscaal te Den Haag vrijheid, carrière en gezin van de mens Weinreb gebroken, die met inbegrip van vervolging en opsluiting door de Gestapo nu reeds zes volle jaren wordt gesloopt. Als zoiets nog geen voorwerp van verontwaardigde belangstelling van Humanitaire Liga's en een (opvallend klein) deel der vaderlandse pers zijn mag, wat dan wel??

Dat de wijze van vooronderzoek in de affaire-Weinreb spot met elke normale rechtsgang is Maandagmiddag: door de verdedigers Smit en De Haas voor de zoveelste maal aangetoond op een dusdanig frappante wijze, dat de procureur-fiscaal, later slechts verklaren kon dat niet hij deze methode te beoordelen had, doch de Minister van Justitie. Dit is zoveel als een bevestiging. ,,hier is opgetreden op een wijze die de SD niet zou verbeteren?, liet op zeker ogenblik de verdediger Dr. Smit zich ontvallen. Waarop de president reageerde: ,,Ik zou me enigszins beperken in het gebruik van dergelijke kwalificaties, want zo gaat het natuurlijk niet toe in Nederland?.

Ziehier:

(Fragment uit een verklaring van een getuige, zelf gedetineerd in de Cellenbarakken te Scheveningen, die weigerde door twee bepaalde rechercheurs ondervraagd te worden maar wel door ,,behoorlijke? rechercheurs, en die bovendien weigerde, gretig verlangd kwaad over Weinreb te vertellen.):

,,Terstond werd ik opgesloten?.. Zelf hebt u in vele Duitse cellen gezeten, maar zulk een verblijf hebt u beslist nog nooit gezien. Het was een vroegere kelderkast die zich ongeveer driekwart meter onder de straat bevindt. De afmetingen van deze kast zijn circa 1 m. 80 lang, 1 m. 75 hoog en 75 cm. diep. Ik kon dus liggen noch staan. De enige mogelijkheid was, gebogen op een vieze strozak te zitten. De kast was donker en de temperatuur beneden nul graden. Ik kan u zeggen dat ik vol goede moed erin schoof, denkend dat ik het voorlopig wel zou uithouden. Doch de slaag, de trappen, de kou, de honger en vooral de vernederingen ?..hadden den mijn weerstandsvermogen verzwakt. Toen ik de volgende ochtend uit de kast gehaald werd en opnieuw voor die twee rechercheurs gebracht, was ik dan ook wat men noemt ,,kaput?

Bijna had ik ja gezegd, doch ik concentreerde al mijn wilskracht en weigerde opnieuw. Met het gevolg dat ik weer in de kast geworpen werd. Ik kon geen toilet maken, mocht ook niet luchten. Twee dagen later werd ik uit de kast gehaald en naar het B.G. gevoerd. Ik had brandende hoofdpijn en voelde me volkomen verward. (...) Tijdens de rechts-zitting poogde ik de aandacht van de procureur-fiscaal op mijn behandeling door de PRA te vestigen. Het liep echter scheef: ik werd terstond afgesnauwd en nog vóór de pauze weggevoerd. (...).

Toen begreep ik dat er geen autoriteiten meer waren op wie ik me beroepen kon, en terstond opnieuw voor beide rechercheurs geleid, legde ik de gevraagde verklaring af. (Het is me bekend dat door oud-illegale rechercheurs bij de leiding der PRA tegen deze behandeling is geprotesteerd).?

Dit Is een van de vele (niet-SD) middeltjes, waarmee in de affaire-Weinreb getuigenverklaringen zijn afgeperst. Verklaringen natuurlijk, die dank zij de bijzonder onaangename intelligente van Weinreb zelf, en het hardnekkige kapmes zijner advocaten, in zo goed als alle gevallen tot nihil zijn teruggebracht.

Ik geloof dat in ieder wel-voelend mens vanaf zijn prille jeugd een instinct gelegd is, dat a priori partij kiest voor een machteloze, voor de machteloosheid. In het Weinreb-geval, waarin de machteloze bovendien het slachtoffer is van een oppermachtige en grillig werkende parketmachine, die op benzine van haat en zelfschuld draait (of, vergeef de beeldspraak, op bepaals boter die op bepaalde hoofden getorst wordt) in deze affaire kiest elke insider partij voor het slachtoffer. Op dit punt zou ik zelfs ,,progressieve? auteurs als Maxim Gorki, Emile Zola of Howard Fast onvoorwaardelijk willen bijvallen???

Beide verdedigers vroegen onmiddellijke invrijheidstelling van hun cliënt. De Raad kon er evenwel niet toe besluiten - na ampel overleg - om nu reeds de martelaar terug te geven aan zijn (gebroken in een ziekenhuis liggende) echtgenote. Het is begrijpelijk dat een zo Hoog College de beau geste van een weinig groot-menselijkheid zuinig moet hanteren, te meer daar het reine gelaat van een zeker Parket niet getroffen mag worden door de slag in het gezicht, die plotselinge vrijlating van Weinreb voor dit parket betekenen zou.

Deze gedachten hebben we opgetekend: sans rancune ten aanzien van de Bijzondere Raad, die het tenslotte niet helpen kan dat zulk een onfrisse zaak tot aan de marmeren drempels van zijn hallen gespoeld is. De President, Professor Verzijl, leidde de zitting overigens met een koele, schrandere attentie, die bijna sacraal zou hebben aangedaan, ware het niet dat men - na zoveel vuiligheid - beter van hygiënisch spreken kon. Samen met onze buurman, Henri de Greeve, moesten we onweerstaanbaar aan de geniale prenten van Daumier denken: het slachtoffer, de politie-agenten, de verdediging, de pers, de indifferente muur der rechters - dit alles is zo volkomen onwezenlijk, indien men zich- realiseert tegen wie, en waarover, hier geprocedeerd wordt.

Met smartelijke eerbied tenslotte brengen we hulde aan de Utrechtse advocaat Dr. A. de Haas. In een meesterlijk betoog van bijna drie uur bouwde hij niet alleen menselijk en technisch hèt pleidooi van zijn leven op, doch herdacht hij ook in nobele, beheerste bewogenheid de martelgang der honderdduizend vermoorde Nederlandse Joden - van wie Weinreb redde wie hij kon. ,,Uitspraak over drie weken."

A. M. .

Op de morgen van de zittingsdag zond het Comité-Weinreb het volgende telegram aan de Minister van Justitie:

HET IS EEN MERKWAARDIGE SAMENLOOP VAN FEITEN DAT WEINREB HEDEN MAANDAG 27 SEPTEMBER VOOR HET HOF VAN CASSATIE ZAL VERSCHIJNEN OP DE DAG AF 50 JAREN NADAT KAPITEIN DREYFUSS VRIJGESPROKEN EN EEN GROTE FOUT HERSTELD WERD STOP WIJ HOPEN EN BIDDEN TOT HEM DIE WAAKT OVER DE RECHTVAARDIGHEID DE RECHTERS TE DOEN VERVULLEN VAN EEN JUIST INZICHT OPDAT NEDERLAND DE SMET VAN EEN AFFAIRE DREYFUSS NIET BE-HOEFT TE ONDERGAAN. ---

 

Copyright © 2017 Academie voor de Hebreeuwse Bijbel en de Hebreeuwse Taal.